spoorwegberm Aalbeke

Beschrijving: spoorwegbermen te Aalbeke, lijn 75

Grootte: 43.578m2

Ligging: Aalbeke

Toegang: niet

Eigendom: NMBS

Inrichting en beheer: Natuurpunt sinds 1 november 2007

Deze spoorwegberm gelegen in Aalbeke (Kortrijk) tussen Lauwe en Moeskroen, is uitgegroeid tot een rijk biotoop en vormt in het landschap een belangrijke corridor en toevluchtsoord voor heel wat dieren. Met de ondertekening van een beheersovereenkomst tussen Infrabel en Natuurpunt kreeg de berm voortaan een ecologisch beheer. Binnen de spoorwegbermen worden 2 belangrijke beheermaatregelen voorgesteld namelijk hakhoutbeheer en ruigtebeheer. De onderscheiden beheerzones werden afgebakend op basis van de huidige vegetatie en op baiss van de haalbaarheid van het beheer.
 
spoorweg Aalbeke 2007
 
 
De te beheren spoorwegberm ligt op de lijn Kortrijk-Moeskroen, op het grondgebied Aalbeke, ten noorden begrenst door de gemeentegrens met Lauwe (Menen) en ten zuiden met de Risquons-Tousstraat. De totale lengte van de te beheren spoorwegberm bedraagt net geen 2 km.
De spoorwegberm is gelegen in een open landschap, waar akkers en weilanden elkaar afwisselen. Verschillende kleine landschapselementen, zoals poelen, knotwilgenrijen, houtkanten en hagen van onder andere tweestijlige meidoorn sieren het landschap. Ten noordwesten van de te beheren spoorwegberm ligt langs 360m de transportindustriezone LAR-zuid. Langs 400m in het zuidoosten ligt de oude pannenbakkerij Sterreberg, opgericht in 1907. De oude schouwen domineren hier het landschap.
Ten oosten van de spoorweglijn ligt een deel van het Preshoekbos. Er is geen aansluiting tussen de spoorwegberm en het bos. Halverwege de te beheren spoorwegberm is er een aansluiting met het natuurgebied 'Potijzer'. Deze natte bloemenrijke hooilanden omvatten verschillende amfibierijke poelen. 
De brumierstraat loopt over een afstand van 200m lnags de spoorwegberm, wat het beheer aanzienlijk makkelijker maakt. De straat loopt ook 2 keer onder de spoorwegberm door. 
Ter hoogte van de autostrade E17 loopt de spoorweg over een smalle brug. 
 
 
De spoorweg is over het grootste deel van de lengte gelegen op een metershoge talud. Enkel ten noorden van de E17 is de spoorweg gelegen op maaiveldniveau. Om de variatie in vegetatietypen en natuurwaarden te waarborgen is geopteerd om 2 beheermaatregelen te combineren. De keuze voor de beheermaatregelen is gemaakt op basis van de reeds aanwezige vegetatie. Er werd ook rekening gehouden met de aanwezige natuurwaarden die te vinden zijn in de omliggende landbouwpercelen en het anliggende natuurgebied 'Potijzer'. Vanzelfsprekend blijft de keuzen voor opgaande vegetaie ondergeschikte aan de veiligehid van het spoor.
Speciale aandacht gaat uit naar de aanwezigheid van amfibieën in de talrijke poelen gelegen in het nabij gelegen natuurgebied.
Langs de spoorweglijn zijn 2 belangrijke vegetatietypen te onderscheiden, namelijk: ruigte en hakhout. Op basis van deze reeds aanwezige vegetatie werden verschillende zones afgebakend waarbinnen een uniform beheer vereist is.
Er wordt naar gestreefd om op de volledige spoorwegberm een combinatie van een ruigtevegetatie en hakbout te behouden. De ruigtes vormen een belangrijk habitat voor verschillende insecten, waaronder verschillende vlindersoorten. De keuze voor hakhout wordt gemaakt op basis van de aanwezigheid van de eikelmuis, een soort die afhankelijk is van houtkanten en bosranden. Het hakhout en de ruigte vormen ook een belangrijke leefplek voor verschillende vogelsoorten, zoals de nachtegaal die in de streek nog voorkomt.
De combinatie tussen beide vegetatietypen waarborgt de corridorfunctie van de spoorwegberm. Langsheen dit lijnvormige element kunnen verschillende sorten makelijker migreren tussen verschillende belangrijke leefgebeiden.
 
Beschrijving beheertypes:
  • Hakhoutbeheer
    Binnen de eerste 5 jaar worden in functie van de veiligheid alle hoge bomen (van meer dan 5 à 6 jaar oud) op stoven gezet. Dit gebeurt door het kappen van de bomen tot op een hoogte van ongeveer 20cm boven het maaiveld. De grote bomen worden selectief verwijderd op basis van het gevaar dat ze betekenen voor het spoorgebruik en de openheid van de berm die kan bekomen worden. De kaprichting staat steeds lodrecht op de spoorwegrichting. Binnen het eerste jaar worden de grootste bomen verwijderd en de bomen staande langs de afwateringsgrachten doorheen de talud.
    Na deze grote ruiming wordt een cyclus van 8 jaar ingesteld, waarin de (nieuwe) hoge bomen op stoven worden gezet, de uitgeschoten stoven geoogst worden en het hout verhakseld.
    Er wordt steeds in stroken van maximaal 50m gewerkt. De totale lengte die elk jaar gekapt wordt bedraagt 200m waardoor over een periode van 8 jaar de volledige lengte wordt afgezet. 
    Kappen dient te gebeuren buiten het broedseizoen en geruime tijd voor de amfibieëntrek. De beste periode voor dit kappen is december tot eind januari.

  • Ruigtebeher
    De reeds bestaande ruigte wordt afhankelijk van de vegetatie gemaaid met de klepelmaaier of met de bosfrees. Indien realistisch wordt dit maaisel afgevoerd. Er wordt in een cyclys gewerkt van 3 jaar voor de beheerzones 2, 3 en 6. Voor beheerzone 8 en 9 wordt een ruigere vegetatie nagestreefd, waarbij ruigte wordt afgewisseld met struweel. Hier wordt een cyclus van 5 jaar opgenomen.
    Voor de 5-jarige cyclys wordt jaarlijks 1 strook van 160m (of een combinatie van verschillende kortere stroken die samen 160m lang zijn) gemaaid. Over een periode van 5 jaar wordt de volledige lengte verjongd.
    Voor de 3-jarige cyclus worden jaarlijks meerdere stroken voor een totale lengte van 400m gemaaid. De stroken zijn maximaal 100m lang. Over een periode van 3 jaar wordt de volledige lengte verjongd.
    Speciale aandacht gaat uit voor de zomereiken ter hoogte van de beheerlocatie 2 en 3. Er wordt geopteerd om deze te kappen in functie van hakhout. Een andere optie, lijkt na rijp beraad, niet mogelijk. Het behoud van deze verspreid voorkomende zomereiken is noodzakelijk voor de bescherming van de eikelmuis.

  • Andere beheermaatregelen
    Jaarlijks worden ook zwerfvuilopruimacties ondernomen, vooral langsheen de Brumierstraat. Hoewel zich nu nog geen problemen voordoen met exoten zoals reuzebereklauw of japanse duizendknoop, kan overgegaan worden tot de bestrijding indien deze soorten in het desbetreffende gebied verschijnen.
Het hout wordt als brandhout verkocht. De opbrengst gaat naar het reservatenfonds voor de aankoop van nieuwe Kortrijkse natuur.